U heeft recht op smartengeld als er een aansprakelijke partij is en uw situatie valt onder één van de gronden van art. 6:106 BW.
Dit speelt bijvoorbeeld bij:
- een verkeersongeval;
- een arbeidsongeval;
- een medische fout;
- een ongeval in de openbare ruimte;
- een geweldsmisdrijf.
Bij ‘aantasting in de persoon op andere wijze’ gaat het vaak om situaties waarin het letsel niet direct zichtbaar is, maar wel diep ingrijpt. Denk aan:
- langdurige angstklachten of PTSS;
- ernstige psychische klachten na een ongeval;
- een ingrijpende privacy-schending.
Bewijs is hierbij cruciaal. Medische dossiers, rapportages van een psycholoog, verklaringen van naasten of zelfs een dagboek kunnen helpen om de impact van uw letsel aannemelijk te maken.
Welke soorten immateriële schade zijn er?
De wet onderscheidt verschillende vormen van immateriële schade die recht kunnen geven op een vergoeding.
Wanneer heeft u als slachtoffer recht op smartengeld?
U heeft als slachtoffer recht op smartengeld wanneer u lichamelijk of psychisch letsel heeft opgelopen door een gebeurtenis waarvoor iemand anders aansprakelijk is, en u daardoor pijn, verdriet of verlies van levensvreugde ervaart.
Wanneer heeft u recht op affectieschade?
U heeft recht op affectieschade als u een naaste of nabestaande bent van iemand die door een ongeval ernstig en blijvend letsel heeft opgelopen of is overleden. Affectieschade is een vergoeding voor het verdriet en de impact die dit op uw leven heeft. De wet kent hiervoor vaste bedragen en een beperkte kring van gerechtigden, zoals partners, ouders en kinderen. Deze vergoeding staat los van het smartengeld van het slachtoffer zelf.
De hoogte van affectieschade is wettelijk vastgelegd in vaste bandbreedtes:
| Relatie tot slachtoffer |
Bedrag (indicatie) |
| Partner/echtgenoot |
€ 17.500 – € 20.000 |
| Ouders |
€ 17.500 – € 20.000 |
| Kinderen |
€ 17.500 – € 20.000 |
| Overige naasten |
€ 12.500 – € 15.000 |
Wat is shockschade?
Shockschade is een vergoeding voor psychisch letsel dat ontstaat na een directe en ingrijpende confrontatie met een ongeval of de gevolgen daarvan. Hiervoor gelden strikte voorwaarden. Er moet sprake zijn van een directe confrontatie én aantoonbaar psychisch letsel, bijvoorbeeld vastgesteld door een psycholoog of psychiater.